Aanmelden voor de nieuwsbrief Door Opsteen | advocaat in vastgoed


Zero-tolerance-beleid en sluiting na overtreding van de Opiumwet.

Onlangs is bij één van uw huurders een hennepkwekerij aangetroffen. Als woningcorporatie voert u een Zero-tolerance-beleid ten aanzien van overtredingen van de Opiumwet. Oftewel, zodra een overtreding van de Opiumwet wordt geconstateerd, wordt de huurovereenkomst direct beëindigd. Daarnaast moet de huurder zo snel mogelijk vertrekken. Vervolgens komt de huurder op een ‘zwarte lijst’.  Zo kan hij zich ook niet kan verplaatsen naar een huurwoning van een andere corporatie in uw gemeente. Ondanks dat hiermee de overtreding wordt beëindigd en herhaling wordt voorkomen, sluit de burgemeester toch uw huurwoning op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Mag de burgemeester dit wel?

Artikel 13b Opiumwet

Is sprake van een overtreding op grond van de Opiumwet, dan hebben burgemeesters op grond van artikel 13b van de Opiumwet de bevoegdheid om een woning voor een bepaalde periode te sluiten. De bevoegdheid ontstaat vanuit de noodzaak om een einde te maken aan de overtreding, om herhaling te voorkomen of om nadelen of gevolgen van deze overtreding te beperken. De sluiting is een herstelsanctie.  Het doel is de drugshandel stoppen en/of de hennepkwekerij ontmantelen.

Wanneer een burgemeester op grond van de Opiumwet een sluitingsbesluit neemt, dan mag u als verhuurder de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbinden. Sluiting door de burgemeester is overigens de enige reden op grond waarvan u tot buitengerechtelijke ontbinding kan en mag overgaan. In alle andere gevallen hebt u voor ontbinding toestemming van de rechter nodig.

Zero-tolerance-beleid Woningcorporaties

Corporaties, maar ook andere verhuurders, voeren vaak een zero-tolerance-beleid ten aanzien van overtredingen van de Opiumwet. Dit houdt in dat zij zodra een overtreding wordt geconstateerd, ervoor zorgen dat de huurovereenkomst direct wordt beëindigd. En dat de huurder zo snel mogelijk vertrekt. Daarnaast houden corporaties in sommige gemeenten een soort ‘Zwarte lijst’ bij. Hierdoor wordt herhaling en ook verplaatsing naar een andere woning van deze corporatie of een andere corporatie in de gemeente voorkomen.

Met deze maatregelen zorgen corporaties (en andere verhuurders) ervoor dat de overtreding van de Opiumwet wordt beëindigd. Ook wordt herhaling zo voorkomen, en de nadelige effecten of gevolgen worden voorkomen of beperkt. En dat allemaal zeer kort nadat de overtreding is ontdekt. Op het moment dat de burgemeester besluit om op grond van artikel 13b van de Opiumwet de woning te sluiten, is er dus vaak geen sprake meer van een te herstellen situatie, kans op herhaling of beperken van nadelen of gevolgen. Immers, de situatie doet zich dan niet meer voor. Mag een burgemeester de woning dan nog wel sluiten? Immers, van herstel is op dat moment geen sprake meer.

Wat zegt de hoogste bestuursrechter?

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 20 december 2017 antwoord gegeven op deze vraag. De Afdeling heeft in die uitspraak geoordeeld dat van een zichtbare sluiting van de woningen door de burgemeester een duidelijk signaal uitgaat dat de overheid optreedt tegen drugscriminaliteit in de omgeving. Voor de bij die woningen betrokken drugscriminelen én voor de buurtbewoners. Deze signaalfunctie is met name van belang in de voor drugscriminaliteit kwetsbare woonwijken. Zichtbare sluiting door het bevoegd gezag leidt bij de buurtbewoners tot een grotere meldingsbereidheid.

Opvallend aan deze uitspraak is dat de sluiting een herstelsanctie en objectgericht is. De signaalfunctie moet dus enkel gelden ter voorkoming van overtredingen in de betreffende woning. In deze uitspraak stond echter niet ter discussie dat herhaling in de woningen waar de corporaties de afgelopen jaren de bekende maatregelen hadden getroffen, was uitgebleven. Hoe kan de signaalfunctie en de grotere meldingsbereidheid in dit geval dan nog als objectgericht gezien worden?

Deze uitspraak heeft wat ons betreft tot meer vragen geleid, dan tot antwoorden. Kan er alleen in ‘voor drugscriminaliteit kwetsbare woningen’ sprake zijn van een signaalfunctie? Onduidelijk is ook wanneer er sprake is van ‘voor drugscriminaliteit kwetsbare woningen’ en hoe kan gemeten worden of het inderdaad de sluiting is geweest die ervoor heeft gezorgd dat er een grotere meldingsbreidheid is.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Op het eerste gezicht heeft deze uitspraak onwenselijke gevolgen voor het zo snel mogelijk weer beschikbaar hebben van de woning en het kunnen huisvesten van nieuwe (urgente) huurders. Deze uitspraak biedt echter ook een opening voor corporaties die vergelijkbare maatregelen treffen en die het (positieve) effect van deze maatregelen kunnen aantonen. De Afdeling overweegt in deze uitspraak namelijk ook dat indien er nieuwe huurders in beeld zijn, de corporatie bij de burgemeester een verzoek kan indienen voor opheffing van de sluiting. De burgemeester moet dan een nieuwe beoordeling maken. Het lijkt erop dat de burgemeester bij deze nieuwe beoordeling dan niet zonder meer mag verwijzen naar de signaalfunctie van de sluiting. De sluiting heeft immers al plaatsgevonden en daarmee is het signaal al afgegeven.


Wij beschikken over de expertise en adviseren u in begrijpelijk taal.

Neem contact op
Bel (0413) 787 147

Of stuur ons een e-mail

Dit is een betaald artikel

Om dit artikel te lezen heb je ons kennisabonnement nodig. Blijf voor €10 per maand op de hoogte van alle zaken binnen het vastgoedrecht.

Abonneer je nu

U bent op zoek naar
vastgoed advies?

Laat uw gegevens achter en wij bellen u binnen 24-uur terug.



Boek: Grond verhuren als overheid?

5 manieren om het aan te pakken.

Nu bestellen