Aanmelden voor de nieuwsbrief Door Opsteen | advocaat in vastgoed


De verhuis- en inrichtingsvergoeding bij einde huur ziet niet toe op goodwill

De verhuis- en inrichtingsvergoeding bij einde (ver)huur van bedrijfsruimte is in artikel 7:297 BW geregeld. Dit recht op vergoeding heeft uw huurder alleen wanneer u als verhuurder de huurovereenkomst opzegt. Dus niet wanneer hijzelf opzegt. Wat nu als u uw ruimte na beëindiging van de huur gaat gebruiken voor een soortgelijk bedrijf als uw vorige huurder en u daar baat bij hebt? Dat u dus in wezen profiteert van al het werk dat uw vorige huurder in dat pand heeft verricht en alle relaties die hij daardoor met derden heeft opgebouwd. Moet u in dat kader dan ook goodwill aan uw huurder vergoeden? Nee, dat is niet het geval. Daarvoor is deze vergoeding namelijk niet bedoeld volgens de Hoge Raad. Hieronder lichten we dat verder toe.

Wat speelde er?

De verhuurder in kwestie verhuurde zijn ruimten aan huurder sinds 1996 en 1998. De huurovereenkomst was na verloop van twee termijnen van vijf jaren voortgezet voor onbepaalde tijd. In 2012 zegde de verhuurder de huur tegen 1 juni 2014 op. Hij vorderde huurbeëindiging, omdat hij de ruimten (een restaurant) graag zelf duurzaam in gebruik wilde nemen. De kantonrechter ging daar echter niet in mee. In hoger beroep werd het vonnis van deze rechter vernietigd. Het hof veroordeelde de verhuurder alsnog tot betaling van een vergoeding van de verhuis- en inrichtingskosten van zijn huurder. Daarnaast oordeelde het hof dat een vergoeding van goodwill niet valt onder het bepaalde in artikel 7:297 BW. De huurder ging daarom in cassatie.

Cassatie

De Hoge Raad was het daarmee eens en oordeelde in deze kwestie als volgt: Artikel 7:297 BW ziet slechts op verhuis- en inrichtingskosten. Dus kosten die de huurder maakt met het feitelijk betrekken van een nieuwe bedrijfsruimte. Goodwill is wat anders. Goodwill gaat namelijk over de winstverwachting van het bedrijf in de nieuwe ruimte en valt dus niet onder deze bepaling. Het is namelijk zeker geen algemene bevoegdheid tot schadeloosstelling. Niets wijst er ook op dat dat de bedoeling is van deze bepaling. Niet de tekst van de bepaling, maar ook niet de totstandkomingsgeschiedenis ervan. De Hoge Raad heeft zich hiermee aangesloten bij deze conclusie en heeft het cassatieberoep van de huurder verworpen.

Dus

Een vergoeding van goodwill kan niet van u worden gevorderd op basis van het recht op vergoeding van verhuis- en inrichtingskosten. U hoeft in deze situatie dus geen goodwill aan uw huurder te vergoeden. Ook al hebt u enorm veel baat bij het verhuren van uw bedrijfsruimte aan een soortgelijke, nieuwe partij. Let op. Overigens betekent dit niet dat u in alle gevallen helemaal goed zit. Mogelijk kan uw voormalige huurder namelijk toch vergoeding van die opgebouwde goodwill vorderen. Dit kan dan alleen via de weg van vergoeding opgebouwde goodwill (artikel 7:308 BW) of de weg van ongerechtvaardigde verrijking (artikel 7:216, lid 3 BW).


Wij beschikken over de expertise en adviseren u in begrijpelijk taal.

Neem contact op
Bel (0413) 787 147

Of stuur ons een e-mail

Dit is een betaald artikel

Om dit artikel te lezen heb je ons kennisabonnement nodig. Blijf voor €10 per maand op de hoogte van alle zaken binnen het vastgoedrecht.

Abonneer je nu

U bent op zoek naar
vastgoed advies?

Laat uw gegevens achter en wij bellen u binnen 24-uur terug.



Boek: Grond verhuren als overheid?

5 manieren om het aan te pakken.

Nu bestellen