Aanmelden voor de nieuwsbrief Door Opsteen | advocaat in vastgoed


Vereenvoudiging werkwijze Huurcommissie

Sinds 1 juli 2014 zijn een aantal artikelen van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte gewijzigd. Deze wijzigingen zorgen ervoor dat de werkwijze van de Huurcommissie moderner en eenvoudiger is geworden. Ze gelden zowel voor verhuurders als voor huurders. De Huurcommissie is een laagdrempelige vorm van geschillenbeslechting en heeft als doel de verhouding tussen partijen zo min mogelijk te juridiseren.

Servicekosten

In artikel 7:237 BW wordt onderscheid gemaakt tussen servicekosten en nutsvoorzieningen met een individuele meter. Voorheen werden enkel de servicekosten benoemd in dit artikel. Dit houdt in dat onder servicekosten voortaan niet meer de kosten voor gas, elektriciteit en water vallen als de huurder hiervoor een eigen meter heeft. Heeft de huurder geen eigen meter dan vallen deze kosten wel onder de servicekosten.

Bij dit nieuwe onderscheid horen ook nieuwe procedurevoorschriften. De verhuurder moet een vastgesteld formulier gebruiken bij een geschil over de servicekosten. Daarnaast zijn er drempelbedragen vastgesteld voor het aanbrengen van een geschil over de servicekosten en de kosten voor nutsvoorzieningen met een individuele meter.

All-in prijsprocedure

De all-in prijsprocedure is makkelijker geworden. De Huurcommissie stelt de huurprijs en het voorschot voor de kosten van de nutsvoorzieningen en van de servicekosten vast op een percentage van de overeengekomen prijs. Bij het vaststellen van een all-in huurprijs mag de huurder de verhuurder voortaan verzoeken om de all-in prijs te splitsen. Gaat de verhuurder niet akkoord met het voorstel, dan kan de huurder de Huurcommissie vragen het voorstel te beoordelen. Dit is geregeld in artikel 7:258 BW jo. artikel 17 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte.

Huurverhogingsvoorstel

De termijnen met betrekking tot het maken van bezwaar tegen het huurverhogingsvoorstel zijn verruimd. Dit volgt uit artikel 7:253 BW. Maakt de huurder geen bezwaar tegen het verhogingsvoorstel, maar gaat hij ook niet over tot betaling van de huurverhoging? Dan moet de verhuurder de huurder per aangetekende brief herinneren aan het verhogingsvoorstel. Dit moet hij doen na drie maanden na de voorgestelde ingangsdatum. Voorheen was dit 6 weken. Daarnaast kan de huurder binnen vier maanden, in plaats van drie maanden, de huurcommissie verzoeken om uitspraak te doen over de redelijkheid van het voorstel.

Leges

Als u een zaak aanbrengt bij de Huurcommissie moet u leges betalen. Deze zijn voor de verhuurder vastgesteld op € 450,00. Voor de huurder zijn ze vastgesteld op € 25,00. Indien u als verhuurder door middel van de huurovereenkomst kunt aantonen dat u een natuurlijk persoon bent, dan betaalt u echter net als de huurder het lage tarief van € 25,00. Wanneer u wordt veroordeeld in de betaling van de leges, dan kunt u daartegen vanaf 1 juli 2014 geen bezwaar meer aantekenen.


Wij beschikken over de expertise en adviseren u in begrijpelijk taal.

Neem contact op
Bel (0413) 787 147

Of stuur ons een e-mail

Dit is een betaald artikel

Om dit artikel te lezen heb je ons kennisabonnement nodig. Blijf voor €10 per maand op de hoogte van alle zaken binnen het vastgoedrecht.

Abonneer je nu

U bent op zoek naar
vastgoed advies?

Laat uw gegevens achter en wij bellen u binnen 24-uur terug.



Boek: Grond verhuren als overheid?

5 manieren om het aan te pakken.

Nu bestellen