Aanmelden voor de nieuwsbrief Door Opsteen | advocaat in vastgoed


Geen reactie op uw aanvraag per brief: is uw omgevingsvergunning van rechtswege verleend?

Uw bedrijfspand staat al enige tijd leeg. U wilt uw pand daarom als winkelruimte gaan verhuren. Detailhandel is in het bestemmingsplan echter niet toegestaan. U schrijft het college van uw gemeente daarom een brief waarin u een omgevingsvergunning aanvraagt. Als u hierop geen reactie krijgt, stuurt u zes weken later nog een brief met het verzoek om alsnog binnen twee weken op uw aanvraag te beslissen. Het college reageert wederom niet. Is uw vergunning nu van rechtswege verleend?

De vergunningsaanvraag: wat zijn de vereisten?

Een vergunning kan alleen van rechtswege worden verleend als hiervoor een formele aanvraag is ingediend. Een dergelijke aanvraag moet in de eerste plaats voldoen aan de vereisten van artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit betekent dat:

  • er een verzoek moet worden ingediend;
  • van een belanghebbende;
  • om een besluit te nemen.

Voor (specifieke) omgevingsvergunningen wordt in artikel 4.2 Besluit omgevingsrecht (Bor) een aanvullende eis gesteld aan de aanvraag. Deze bepaling schrijft voor dat een – door de Minister vastgesteld – formulier moet worden gebruikt als de aanvraag niet elektronisch wordt ingediend. Wordt dit formulier niet gebruikt? Dan moet het college de aanvrager in de gelegenheid stellen om dit formulier alsnog in te vullen (art. 4:5 lid 1, aanhef en onder a Awb). Doet het college dit niet, dan komt dit voor rekening van het college: een aanvraag is niet automatisch ongeldig, omdat geen gebruik is gemaakt van het voorgeschreven formulier (zie bijvoorbeeld: ECLI:NL:RVS:2013:BZ1684).

Dus toch gewoon per brief?

Een omgevingsvergunning kan dus ook per brief worden aangevraagd. Een verzoek kan dan echter pas als een aanvraag om een omgevingsvergunning worden beschouwd, als:

  • dit verzoek voldoende concreet is, en;
  • is gericht tot het bevoegde gezag.

Uw brief moet dus in de eerste plaats aan het college van uw gemeente zijn gericht. In de tweede plaats moet het gaan om een duidelijk geformuleerde aanvraag.

Discussie in de praktijk

Over dit tweede vereiste kan in de praktijk discussie ontstaan. Dat was bijvoorbeeld het geval in een zaak waarin de rechtbank Limburg uitspraak deed (ECLI:NL:RBLIM:2017:9360). In deze kwestie had de eigenaar van een landgoed het college in een brief verzocht om – in afwijking van het bestemmingsplan – een omgevingsvergunning te verlenen voor de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten. Toen het college niet op deze brief reageerde, stuurde de landgoedeigenaar na ruim twee maanden nog een brief. Hierin stelde hij de gemeente opnieuw een (korte) termijn om alsnog op zijn eerdere verzoek te beslissen. Ook daarop volgde geen reactie. De landgoedeigenaar stelde zich toen op het standpunt dat aan hem van rechtswege een vergunning was verleend. Het college vond echter dat de brief niet als een vergunningsaanvraag kon worden beschouwd en meende dus dat er helemaal geen vergunning tot stand was gekomen.

De rechtbank stelt in het vonnis voorop dat als bij een vergunningsaanvraag wordt afgeweken van de voorgeschreven procedure, de aanvrager het risico loopt dat zijn intenties onduidelijk zijn. In het genoemde voorbeeld vond de rechtbank echter dat uit de brief duidelijk en concreet bleek dat en waarom de landgoedeigenaar een aanvraag voor de benodigde vergunning indiende. Bij dit oordeel waren de volgende punten van belang:

  • uit de opzet van de brief volgde dat het ging om een vergunningsaanvraag. Hoewel de brief niet begon met dit verzoek, bleek duidelijk uit het hele betoog dat én waarom er een vergunning werd aangevraagd;
  • alle – voor de aanvraag – relevante feiten en gebeurtenissen waren in de brief omschreven;
  • de landgoedeigenaar had in de brief toegelicht wat de aanleiding voor de vergunningsaanvraag was;
  • de rechter vond het niet aannemelijk dat de landgoedeigenaar het college bewust op het verkeerde been heeft willen zetten met zijn brief.

Is uw vergunning van rechtswege verleend?

Als uw brief – gelet op voornoemde punten – als een vergunningaanvraag kan worden aangemerkt, dat moet het college na ontvangst van uw brief dus nagaan welke voorbereidingsprocedure van toepassing is (regulier of uitgebreid). Dat moet het college ook tijdig doen. Hiervoor is van belang dat uw aanvraag binnen de criteria van onderdeel 9 van de kruimelgevallenregeling valt. Over de toepassing van deze kruimelgevallenregeling schreven wij al eerder een artikel.

Omdat de kruimelgevallenregeling op uw vraag van toepassing is, moet de reguliere voorbereidingsprocedure worden doorlopen. Uit artikel 3.9 Wabo en artikel 4:20b lid 1 Awb blijkt dat dan van rechtswege een vergunning wordt verleend, als:

  • niet binnen acht weken na aanvraag hierop is beslist;
  • de termijn niet tijdig is opgeschort.

 Aangezien het college van uw gemeente geen van beide heeft gedaan, is uw vergunning van rechtswege verleend als uw brief (inderdaad) een formele vergunningsaanvraag betreft. Realiseert u zich echter wel dat u met uw brief afwijkt van de voorgeschreven procedure. U loopt dus het risico dat u toch (nog) geen formele aanvraag hebt ingediend. Blijkt uit uw brief echter duidelijk en concreet dat en waarom u de aanvraag deed, dan is aan u inderdaad mogelijk van rechtswege een vergunning verleend. Twijfelt u hierover? Of is de gemeente het niet met u eens? Win dan deskundig juridisch advies in, om er zeker van te zijn dat uw bedrijfspand inderdaad als winkelruimte mag worden gebruikt. Zo voorkomt u problemen achteraf.


Wij beschikken over de expertise en adviseren u in begrijpelijk taal.

Neem contact op
Bel (0413) 787 147

Of stuur ons een e-mail

Dit is een betaald artikel

Om dit artikel te lezen heb je ons kennisabonnement nodig. Blijf voor €10 per maand op de hoogte van alle zaken binnen het vastgoedrecht.

Abonneer je nu

U bent op zoek naar
vastgoed advies?

Laat uw gegevens achter en wij bellen u binnen 24-uur terug.



Boek: Grond verhuren als overheid?

5 manieren om het aan te pakken.

Nu bestellen