Aanmelden voor de nieuwsbrief Door Opsteen | advocaat in vastgoed


Stappenplan: is sprake van een causaal verband bij onrechtmatige besluitvorming gemeente?

U lijdt schade door een onrechtmatig besluit van de gemeente, omdat naast uw woning een moderne woontoren is gebouwd. Daardoor is de waarde van uw woning (flink) gedaald. Bovendien ervaart u overlast door de komst van de toren. De gemeente wilde eigenlijk geen vergunning verlenen, maar dacht aanvankelijk dat zij die niet mocht weigeren. Dit bleek later echter een grote vergissing en dus heeft de gemeente de vergunning in strijd met de regels (onrechtmatig dus) verleend. Nu u als gevolg daarvan schade leid, wilt u uw schade op de gemeente verhalen. De vraag is echter of daarvoor voldoende aanwezig is. Naast de onrechtmatigheid van het besluit, moet namelijk ook sprake zijn van een oorzakelijk (causaal) verband tussen de schade en het betreffende besluit. Wilt u weten of in uw geval sprake is van een causaal verband? Doorloop dan het stappenplan in dit artikel.

Stap 1. Denk het onrechtmatige besluit weg 

U moet zich dus bij deze stap afvragen of de schade ook en in dezelfde omvang zou zijn ontstaan als er geen onrechtmatig besluit was genomen. Is dat het geval? Dan bestaat er géén causaal verband. Zo komt schade die al bestond voordat het onrechtmatige besluit officieel was genomen niet voor vergoeding in aanmerking. Voor schade die ontstaat door enkel een voornemen, is de overheid veelal dus niet aansprakelijk. De schade blijft immers bestaan, ook als het onrechtmatige besluit wordt weggedacht.

Is er geen schade als het onrechtmatige besluit wordt weggedacht? Dan is mogelijk wel sprake van een causaal verband. Zo ook in uw geval. U had immers geen schade geleden als de gemeente de vergunningsaanvraag voor de woontoren had geweigerd. Hiermee staat de aansprakelijkheid van de gemeente echter nog niet vast. Daarvoor moet u ook de volgende stappen doorlopen.

Stap 2. Had de gemeente ook een rechtmatig besluit kunnen nemen?

Van belang is bovendien of de schade (in dezelfde omvang) ook was ontstaan als de gemeente – in plaats van het onrechtmatige besluit – een rechtmatig besluit had genomen. Dit wordt ook wel het hypothetische rechtmatige besluit genoemd. Bij deze tweede stap worden dus de werkelijke situatie en de (hypothetische) situatie waarin de gemeente een rechtmatig besluit heeft genomen, met elkaar vergeleken.

Voor u is dus relevant of de gemeente in uw geval óók een rechtmatig besluit had kunnen nemen. Bijvoorbeeld door de vergunning te verlenen met een vrijstelling van het bestemmingsplan of door het besluit beter te motiveren. Had de gemeente geen rechtmatig besluit kunnen nemen? Dan is sprake van een causaal verband tussen het onrechtmatige besluit van de gemeente en uw schade.

Had de gemeente echter wel een rechtmatig besluit kunnen nemen, dan werd tot voor kort aangenomen dat er geen causaal verband aanwezig was. De gemeente kon zich dus relatief eenvoudig verweren tegen een aansprakelijkstelling als zij het onrechtmatige besluit achteraf nog kon legaliseren. Sinds kort komt de gemeente er echter niet meer zo gemakkelijk van af…

Stap 3. Zou de gemeente het rechtmatige besluit ook hebben genomen?

Uit een aantal richtinggevende uitspraken van de Raad van State en de Hoge Raad blijkt dat de gemeente (nu) ook aannemelijk moet maken dat er ook echt een rechtmatig besluit ‘zou zijn genomen’. De enkele mogelijkheid dat de gemeente een rechtmatig besluit had kunnen nemen, is dus niet voldoende meer. Het moet ook waarschijnlijk zijn dat de gemeente dit rechtmatige besluit daadwerkelijk zou hebben genomen. Dit nieuwe criterium maakt het voor gemeentes moeilijker om zich te verweren tegen aansprakelijkheid voor onrechtmatige besluitvorming. Het is immers niet meer alleen van belang óf er een rechtmatig besluit kon worden genomen. Wát de gemeente zou hebben besloten telt nu ook mee.

Het causale verband tussen de schade en het schadeveroorzakende besluit is dus alleen afwezig als de gemeente:

  • een rechtmatig besluit had kunnen nemen, én
  • dat rechtmatige besluit ook zou hebben genomen.

Voorbeeld

Dat beide criteria van belang zijn voor de vaststelling van het causale verband, volgt uit een recente uitspraak van de Raad van State van 22 november 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:3187). In deze zaak wilde een vishandelaar een standplaats bemachtigen aan de haven van Súdwes-Fryslân. De twee beschikbare standplaatsen voor visverkoop waren echter al vergeven. Toen de vishandelaar erachter kwam dat één van de vergunninghouders de regels overtrad, vroeg hij de gemeente om handhavend op te treden. Het eerste verzoek weigerde de gemeente ten onrechte. Het tweede verzoek werd een jaar later alsnog gehonoreerd. De vishandelaar stelde de gemeente aansprakelijk voor de gederfde inkomsten, omdat zij in eerste instantie (ten onrechte) niet handhavend had opgetreden.

Helaas voor de vishandelaar viste hij achter het net. De Afdeling nam aan dat de gemeente in plaats van het onrechtmatige besluit, een rechtmatig besluit zou hebben genomen met dezelfde schade tot gevolg. Doorslaggevend hierbij waren de algemene beginselen van bestuur. Op basis van deze beginselen mocht de gemeente namelijk op het eerste verzoek niet meteen overgaan tot het intrekken van de vergunning. De gemeente moest de overtreder eerst waarschuwen of een andere minder verstrekkende maatregel opleggen. Gelet hierop had de vishandelaar dus ook niet meteen een standplaatsvergunning bemachtigt als op zijn eerste verzoek wel een rechtmatig besluit zou zijn genomen. Ook dan had hij dus schade geleden. Als gevolg daarvan ontbreekt volgens de Afdeling het causale verband.

Kortom, waar moet u opletten?

In het genoemde voorbeeld bleek dat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur van belang waren bij de vraag of de gemeente het betreffende rechtmatige besluit inderdaad zou hebben genomen. In het betreffende geval werkte deze beginselen in het nadeel van de vishandelaar. Het omgekeerde kan natuurlijk ook. Bijvoorbeeld als de vergunning onvoldoende is onderbouwd en  (daardoor) in strijd is met het motiveringsbeginsel. Daarnaast kunnen ook de volgende punten een rol spelen bij de vraag of het bestuursorgaan wel of geen rechtmatig besluit zou hebben genomen:

  • wat schrijven de geldende beleidsregels voor?
  • heeft de gemeente in correspondentie eerder iets verklaard over het rechtmatige besluit?

blijkt uit verslagen van raadsvergaderingen of de gemeente tot vergunningverlening was overgegaan als zij zich ervan bewust was geweest dat zij de vergunning ook kon weigeren?


Wij beschikken over de expertise en adviseren u in begrijpelijk taal.

Neem contact op
Bel (0413) 787 147

Of stuur ons een e-mail

Dit is een betaald artikel

Om dit artikel te lezen heb je ons kennisabonnement nodig. Blijf voor €10 per maand op de hoogte van alle zaken binnen het vastgoedrecht.

Abonneer je nu

U bent op zoek naar
vastgoed advies?

Laat uw gegevens achter en wij bellen u binnen 24-uur terug.



Boek: Grond verhuren als overheid?

5 manieren om het aan te pakken.

Nu bestellen