Aanmelden voor de nieuwsbrief Door Opsteen | advocaat in vastgoed


Eerste bodemuitspraak over huurprijsvermindering wegens de coronacrisis is een feit.

De uitspraak waar we al een tijdje op wachten is eindelijk daar. Op 21 januari 2021 heeft rechtbank Den Haag een vordering tot huurprijsvermindering vanwege de coronacrisis toegewezen. In dit artikel leggen wij u uit wat de kantonrechter in deze uitspraak heeft bepaald. Direct naar de conclusies? Klik hier.

Sinds 15 maart 2020 hebben we ook in Nederland te maken met de ernstige gevolgen van de aanpak van het coronavirus. Als gevolg daarvan heeft bijna iedereen het zwaar. Niet in de minste plaats eigenaren van restaurants en cafés waarover deze uitspraak gaat. Dat zij het zwaar hebben, is overigens niemand ontgaan. Ook verhuurders niet. Maar ook voor hen is de coronacrisis zwaar. Tot voor kort was dus de vraag hoe partijen (lees: verhuurder en huurder) hiermee om moesten gaan. Meer concreet: wat de gevolgen van deze coronacrisis voor de huurprijs moeten zijn. Of deze een vordering tot huurprijsvermindering rechtvaardigt. In kortgedinguitspraken werd dit overigens steeds duidelijker. We moesten echter wachten op de eerste bodemuitspraak waarin de kantonrechter een oordeel velt over een vordering tot huurprijsvermindering wegens de coronacrisis. Gelukkig heeft rechtbank Den Haag deze inmiddels op 21 januari 2021 gewezen.

De conclusies kort samengevat

Heel kort samengevat komt de kantonrechter dus in deze uitspraak tot de volgende conclusies:

  • De coronacrisis levert een gebrek op. Partijen hoefden bij het aangaan van de huurovereenkomst namelijk niet te verwachten dat het in volle omvang exploiteren van een restaurant en/of café zou worden belemmerd door een (gezondheids)crisis van deze omvang.
  • Partijen hebben in de huurovereenkomst uitgesloten dat een gebrek tot een huurprijsvermindering kan leiden. Dit maakt dat echter niet onmogelijk is. Ook via een beroep op onvoorziene omstandigheden, dan wel de redelijkheid en billijkheid kan dit worden toegewezen.
  • De coronacrisis moet, vanwege haar omvang en de gevolgen voor de economie en de maatschappij, worden beschouwd als een onvoorziene omstandigheid. Er bestaat namelijk geen reden om aan te nemen dat partijen bij het sluiten van deze huurovereenkomst rekening hebben gehouden met een gezondheidscrisis van deze omvang. Hetzelfde geldt voor de diverse overheidsmaatregelen die maken dat het gehuurde gedurende langere tijd niet kan worden gebruikt. Althans, niet conform het gebruik zoals dat is overeengekomen.
  • De coronacrisis én de getroffen overheidsmaatregelen hebben een fundamentele verstoring van het evenwicht in de huurrelatie veroorzaakt. Hierdoor is een ongewijzigde instandhouding van de huurovereenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Deze situatie kan geen van beide partijen worden verweten. Daarom ligt het voor de hand om het financiële nadeel te verdelen. De kantonrechter komt dus tot een toewijzing van de vordering tot huurprijsvermindering wegens de coronacrisis. In de uitspraak komt de kantonrechter tot de volgende verdeling (lees: huurprijsvermindering):
    • 50 % huurprijsvermindering voor de gehele periode waarin de sluitingsmaatregelen gelden. Deze geldt dus van 15 maart tot en met 31 mei 2020 en van 15 oktober 2020 tot en met het moment dat de sluitingsmaatregel eindigt.
    • 25 % huurprijsvermindering voor de gehele periode waarin huurder de exploitatie onder beperkende maatregelen kon hervatten. Dit geldt dus van 1 juni 2020 tot en met 14 oktober 2020.

Wat betekent dit voor u als verhuurder of huurder?

De vraag is uiteraard of deze verhuurder in hoger beroep gaat. Tot die tijd is dit echter wel een uitspraak waarmee partijen rekening moeten houden. Met deze uitspraak bevestigt de kantonrechter namelijk ook de lijn die al in diverse kortgedinguitspraken is uitgestippeld. En wel dat een vordering tot huurprijsvermindering vanwege de coronacrisis toewijsbaar is.

Bent u een huurder of staat u huurders bij? Wijs bij uw verzoek om een huurprijsvermindering op deze uitspraak. Uiteraard, moet u daarbij wel bereid zijn om uw financiële gegevens te overleggen. Dit om uw vordering nader te onderbouwen.

Bent u verhuurder? In dat geval, is het verstandig om (eventueel opnieuw) met uw huurders in overleg te gaan. Vasthouden aan de overeengekomen huurprijs én uw huurder dwingen die gewoon te betalen, levert namelijk inmiddels een serieus risico op. Immers, de eerste kortgedinguitspraak waarin de kantonrechter een verhuurder heeft veroordeeld om een deel van de huur terug te betalen wegens onverschuldigde betaling is sinds 20 januari 2021 ook al een feit.


Wij beschikken over de expertise en adviseren u in begrijpelijk taal.

Neem contact op
Bel (0413) 787 147

Of stuur ons een e-mail

Tags: , ,

Dit is een betaald artikel

Om dit artikel te lezen heb je ons kennisabonnement nodig. Blijf voor €10 per maand op de hoogte van alle zaken binnen het vastgoedrecht.

Abonneer je nu

U bent op zoek naar
vastgoed advies?

Laat uw gegevens achter en wij bellen u binnen 24-uur terug.



Boek: Grond verhuren als overheid?

5 manieren om het aan te pakken.

Nu bestellen